Rechtspraak : Eis betreffende certificaat: niet disproportioneel !

Geplaatst op 21-10-2013 in Nieuws

n de uitspraak van het Hof Den Bosch van 15 oktober 2013 waar het ging om inschrijving in een combinatie wordt tevergeefs betoogd, dat de gestelde eis disproportioneel is (Gerechtshof Den Bosch ECLI:NL:GHSHE:2013:4799).

Op 10 december 2012 heeft de aanbesteding plaatsgevonden van de opdracht 'Nieuwbouw van de Brede Maatschappelijke Voorziening te Thorn, gemeente Maasgouw'. Het werk was verdeeld in percelen, waaronder een bouwkundig perceel. Op de aanbesteding is het ARW 2005 van toepassing. Meer in het bijzonder ging het om de onderhandse aanbestedingsprocedure (met voorselectie) zoals beschreven in hoofdstuk 7 ARW 2005, waarbij aan inschrijvers minimumeisen (geschiktheidseisen) werden gesteld. Het gunningscriterium was de laagste prijs.

Op 21 december 2012 heeft Renovatiebouw een brief ontvangen van de gemeente waarin werd medegedeeld dat de inschrijving als ongeldig werd beschouwd vanwege het ontbreken van de 'Verklaring bestuurder omtrent rechtmatigheid inschrijving' (het zogenaamde K-formulier). Voorts heeft op 10 januari 2013 de advocaat van de gemeente gesteld, dat de inschrijving ook om andere redenen ongeldig is. Uit de eigen verklaring wordt afgeleid door de gemeente, dat het kennelijk de bedoeling was om in combinatie met Burgt Bouw BV in te schrijven. Maar het inschrijfbiljet vermeldt als inschrijver echter alleen Renovatiebedrijf. Nu uit de inschrijving blijkt dat Renovatiebouw niet zelfstandig aan de minimumeis voldoet, is de inschrijving ook om die reden ongeldig. En tot slot wordt nog meegedeeld, dat bij de inschrijving geen K-verklaring van Burgt Bouw is aangetroffen, hetgeen eveneens tot ongeldigheid van de inschrijving leidt.

De vordering

Appellanten hebben in eerste instantie o.a. gevorderd de gemeente te gebieden appellanten alsnog toe te laten tot de inschrijving van het werk; de gemeente te gebieden, in het geval zij het werk niet terug wenst te nemen maar nog steeds tot uitvoering wenst te brengen, te gunnen aan appellanten; en subsidiair de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan aan appellanten en de gemeente te gebieden appellanten in staat te stellen de K-verklaringen nogmaals aan de gemeente te doen toekomen.

De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen omdat, kort gezegd, de gemeente de inschrijving van appellanten ongeldig heeft mogen verklaren toen achteraf bleek dat zij niet voldeed aan de minimumeisen inzake certificering. In appel wordt, vergeefs, vernietiging van dit vonnis gevorderd.

Oordeel van het hof

In hun eerste grief klagen appellanten over het feit dat hun inschrijving als ongeldig is beschouwd, omdat niet beschikt wordt over de vereiste certificaten. Appellanten zijn van mening zijn dat die eis disproportioneel is en dat de gemeente geen belang heeft bij de eis dat iedere combinant afzonderlijk over die certificaten beschikt.

Het hof merkt op dat appellanten in hun memorie van grieven slechts, mede onder verwijzing naar HR 7 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9231 en ECLI:NL:HR:2012:BW9233 constateren, dat de nieuwe aanbestedingswet en de oude Wira volgens hen helaas op deze aanbesteding niet van toepassing zijn. Zij verbinden daaraan echter niet de conclusie dat in het onderhavige geval de uitsluitingsgronden niet zouden mogen worden aangevuld.

Bij de boordeling van de vraag of de eis van de gemeente dat Renovatiebouw B.V. én Burgtbouw B.V. ieder over de betreffende certificaten dienden te beschikken disproportioneel is en of de gemeente op grond van het niet voldoen aan de geschiktheidseis de inschrijving ongeldig mocht verklaren, zijn de volgende feiten van belang.

Het was voldoende duidelijk dat de gemeente op grond van de te beantwoorden vragen in de Eigen Verklaring wenste dat in geval van een combinatie-inschrijving elke deelnemer in de combinatie diende te beschikken over de betreffende certificaten. De gemeente heeft onweersproken gesteld dat er drie informatierondes zijn gehouden tijdens welke rondes elke kandidaat onbeperkt vragen mocht stellen en informatie kon inwinnen. Gesteld noch gebleken is dat appellanten toen vragen over de certificeringseis hebben gesteld of aan de orde hebben gesteld dat de betreffende eis disproportioneel zou zijn. De gemeente heeft niet bij elke geschiktheidseis bepaald dat elke deelnemer in een combinatie-inschrijving daaraan moest voldoen. Zo hoefde bijvoorbeeld slechts één deelnemer in een combinatie te voldoen aan de eisen genoemd in 3.2a en 3.2b van de Eigen Verklaring. Uit de combinatieverklaring blijkt dat juist aan Renovatiebouw de algemene leiding van de combinatie werd toevertrouwd en dat zij als enig aanspreekpunt voor de gemeente zou fungeren. Renovatiebouw B.V. zou een deel van de werkzaamheden zelfstandig uitvoeren en Burgtbouw B.V. zou een ander deel daarvan zelfstandig zou uitvoeren. Het hof gaat er daarom vanuit dat Renovatiebouw B.V. een aantal werkzaamheden geheel zelfstandig zou verrichten.

Het hof wijst in het bijzonder op de omstandigheid dat niet iedere combinant aan iedere geschiktheidseis diende te voldoen. De mogelijkheid om in combinatie in te schrijven geeft met name aan bedrijven welke niet over voldoende ervaring of referentieprojecten beschikken de kans om aldus de nodige ervaring op te doen opdat zij op enig moment wèl over voldoende zelfstandige ervaring beschikken om ook buiten enige combinatie in te schrijven. Zonder de mogelijkheid om in combinatie in te schrijven is dat veel moeilijker. In het geval van een opdracht als de onderhavige, is het verlangen van dergelijke certificaten, althans van het ISO 9001: 2008-certificaat, op zich geen disproportionele eis. Bovendien heeft de gemeente in het onderhavige geval niet de eis gesteld dat alle bedrijven in een combinatie ten volle aan de gestelde geschiktheidseisen moeten voldoen waaraan de individuele inschrijvende aanbieders moeten voldoen, zodat de gemeente ook bedrijven die niet aan alle geschiktheidseisen voldoen de kans heeft gegeven om mee te doen.

Anders gezegd: waar nodig heeft de gemeente door de eisen te formuleren zoals zij heeft gedaan ook bedrijven zonder voldoende ervaring de kans gegeven om mee te doen, doch waar er noodzaak bestaat om aan bepaalde bedrijven zwaardere eisen te stellen heeft zij aan die bedrijven dezelfde eisen gesteld als die welke zij aan alle bedrijven stelt.

Uit de feiten blijkt voorts dat de gemeente voldoende belang had dat ook Renovatiebouw beschikte over in elk geval een kwaliteitsborgingscertificaat conform ISO 9001.2008, zodat voor zover in de eerste grief wordt gesteld dat de gemeente geen belang had bij die eis, die stelling wordt verworpen.

Tegen deze achtergrond, en gelet op de opgesomde omstandigheden is in elk geval de eis dat ook Renovatiebouw diende te beschikken over een kwaliteitsborgingscertificaat conform ISO 9001.2008 niet disproportioneel te noemen. Gelet hierop hoeft de vraag niet te worden beantwoord of de gemeente ook als eis mocht stellen dat Renovatiebouw B.V. beschikte over het veiligheidscertificaat conform VCA. 

(IBR, 21 oktober 2013)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak op rechtspraak.nl. 


Nieuws

25
feb

Actuele uitspraken aanbesteding...

Actuele uitspraken aanbestedi...

25
feb

Miljoenenaanbesteding door de...

De landelijke gezondheidsdien...

18
jun

Actuele uitspraken aanbesteding...

Hieronder treft u de actuele...

Nieuws

18
jun

Nieuw omzet in coronatijden

Veel ondernemers zijn op zo...

18
feb

Aanbestedingen als nieuw verk...

Langzamerhand zien onderne...

Actuele aanbestedingen